Er zijn mensen die denken dat een hobby als schrijven zich voornamelijk binnenskamers afspeelt. Dat zal voor sommige mensen ook het geval zijn, maar hoeft zeker niet per se. Zo kan je ook uitgenodigd worden voor een optreden in Eibergen (http://www.openei.nl/de-maat-kunstentaal). Het overkwam Nicole, en ik ging graag met haar mee. Eibergen ligt in het oosten van het land, tussen Groenlo en Haaksbergen. Dat is dus Heel Ver Weg. Gelukkig was de organisator van het festival zo vriendelijk om ons van station Ruurlo af te halen. Het regende. Dat was jammer. Nu had ik sowieso al niet verwacht dat het een erg druk festival zou worden, simpelweg omdat Eibergen minder inwoners heeft dan, bijvoorbeeld, Utrecht of Eindhoven, maar door de regen werden waarschijnlijk een hoop potentiële bezoekers afgeschrikt. Terwijl er leuke dingen te zien waren, zoals een percussiegroep. Percussie is altijd goed, zodra je een trommel en een beetje ritmegevoel hebt, klinkt het goed. Verder was er een optreden van 'Ongeordend'. Deze jongen gaf na elke 'track' weer een weerbericht ('Gelukkig regent het nu niet!', 'Ik denk dat het zo gaat regenen!', 'Helaas regent het nu!'), maar zijn teksten spraken me erg aan, hoewel ze nogal deprimerend waren. En Nicole deed het ook weer geweldig, dus ik had eigenlijk een erg leuke middag.
En dan is volgende week Manuscripta, daar zal het wel wat drukker zijn. Ik mag meedoen aan een schrijfworkshop, je kon dat winnen door een begin van een verhaal op te sturen. Ik ben erg benieuwd hoe het zal gaan, maar het wordt vast leerzaam. Ik heb er in elk geval wel zin in!
zondag 29 augustus 2010
dinsdag 17 augustus 2010
Rico's vleugels
Dat Rascha Peper in staat is om mooie boeken te schrijven, wist ik al, omdat ik eerder Russisch blauw en Wie scheep gaat heb gelezen. Dat was echter al een tijdje geleden, dus ik zou niet meer kunnen zeggen waar die romans precies over gaan en wat ik ervan vond. Maar nadat ik de eerste twee delen van de trilogie van Floortje Zwigtman had gelezen, had ik behoefte aan een wat dunner boek waarin het niet voortdurend over homoseksuele mannen gaat en herinnerde ik me de romans van Rascha Peper. Ik koos Rico's vleugels. Op mijn versie staat geen flaptekst, anders had ik waarschijnlijk een ander boek gekozen. Ik ben blij dat ik dat niet heb gedaan, want Rico's vleugels is een prachtig boek. Het gaat over een echtpaar met een enorme schelpencollectie. Ze willen de collectie overdragen aan een instituut, maar eerst willen ze alles nog eens controleren, om op die manier afscheid te nemen. Dat klinkt niet heel spannend, maar dat wordt het uiteindelijk wel. Het einde is zelfs wat te dramatisch naar mijn zin, maar tegelijkertijdpast het goed bij het thema van de vergankelijke schoonheid. Rascha Peper slaagt erin om je te laten meeleven met personages die je, als je erover zou lezen in de krant, zou verafschuwen. Ze geeft elk personage zijn eigen stem, wat ik echt ontzettend knap vind. Zo praat Rico, een jongen uit het dorp die voor het echtpaar, de Rochèls, gaat werken en vooral van motoren houdt, nogal plat en gebruikt hij veel grof taalgebruik. De Filippijnen, waar de Rochèls wonen, noemt hij consequent de Filistijnen. Grappig is dat er in een boekverslag op scholieren.com precies dezelfde fout wordt gemaakt.
Rascha Peper ken ontzettend goed verhalen vertellen, dat bewijst ze met Rico's vleugels voor mij opnieuw.
Rascha Peper ken ontzettend goed verhalen vertellen, dat bewijst ze met Rico's vleugels voor mij opnieuw.
woensdag 11 augustus 2010
Jonge Friese dichters
In het laatste nummer van Schrijven Magazine schrijft Atze van Wieren over 'jonge Friese dichters'. Blijkbaar stond er in de Leeuwarder Courant een artikel over hen, waarin ze beschreven werden als poëten die op een zolderkamertje gedichten schreven en hoopten dat ze ooit ontdekt zouden worden (hoe de krant hen dan gevonden had, stond er helaas niet bij). Atze van Wieren oordeelt genadeloos over hen, ze zouden geen weet hebben van de dichterswereld en niet meedoen aan wedstrijden en optredens. Dat in het krantenartikel stond dat ze zelf niet veel dichtbundels lazen, was nog wel het ergste. Hij zegt: "Ze lezen bijna geen andere dichters, verdiepen zich kennelijk niet in de techniek van het dichten, kortom: gaan voorbij aan het besef dat [...] je een nooit aflatend doorzettingsvermogen moet hebben om op dat gebied iets te bereiken."
Een van de dichters waar Van Wieren zich zo over opwindt, is Harm Hendrik ten Napel. Dit verbaasde mij zeer. Als iemand mij zou vragen om een nieuw talent te noemen, iemand wiens naam je de laatste tijd overal tegenkomt en die er hard aan werkt om succes te krijgen, zou Harm Hendrik een van de eerste mensen zijn aan wie ik moest denken. Ook hij trad bijvoorbeeld op bij 'Dichters in de Prinsentuin' vorig jaar en verder weet ik dat hij mee heeft gedaan aan de Kunstbende en dat hij in een bundel van 'Schrijf je reis' stond. Met deze kennis in je achterhoofd is het hele artikel van Van Wieren eigenaardig te noemen. Hoezo weet Harm Hendrik niets van de dichterswereld, waarom zou hij geen doorzettingsvermogen hebben, hoezo zou hij nooit opgetreden hebben? Het lijkt er eerder op dat Van Wieren zelf de dichterswereld voor een groot deel niet kent. Als hij "Harm Hendrik ten Napel" op google zou hebben ingetypt, zou hij zo zijn blog hebben gevonden, waarop vermeld wordt waar hij allemaal aan mee heeft gedaan en wat hij heeft gewonnen. Ook is er vrij snel een behoorlijk indrukwekkend lijstje te vinden op een site van de NCRV met zijn prijzen en publicaties van 2007 en 2008. Als ik Harm Hendrik was, zou ik zwaar beledigd zijn door het artikel van Van Wieren.
Het enige waar Van Wieren nog gelijk in zou kunnen hebben, is dat Harm Hendrik niet veel andere dichters zou lezen. Dat zou kunnen, ik weet het niet. Volgens het artikel heeft hij wel eens wat van Kopland gelezen, volgens zijn blog heeft hij een bundel van Nolens gelezen, dus het lijkt mij dat het nogal meevalt, maar goed, misschien vindt Van Wieren dat wij, voordat we beginnen schrijven, eerst een soort canon van Nederlandse poëzie tot ons moeten nemen. Ik vraag mij af of we dat van jonge dichters moeten verwachten. Natuurlijk is het goed om kennis te nemen van andere poëzie, maar moet dat per se door het lezen van dichtbundels, zoals Van Wieren suggereert? Ik denk van niet. Poëzie kun je overal tegenkomen, in de bus, op de muur, in liedteksten, in schoolboeken, op internet en bij optredens. Misschien lees je dan niet de Nederlandse dichters die het bekendst zijn, maar hoe erg is dat? Waarom zouden jonge dichters moeten schrijven zoals hun voorgangers dat deden, waarom mogen ze geen inspiratie halen uit muziek en film (zoals Albert Meijer blijkbaar doet)? Wat is er precies mis met Deelder en Chabot (dichters die Tim Dijkstra graag leest)? Nee, de meeste jonge dichters zullen inderdaad niet veel dichtbundels in huis hebben. Ze plaatsen wat gedichten op internet en lezen daar voor het eerst ook andere gedichten. Ze doen mee aan een wedstrijd en lezen het winnende gedicht. Ze gaan naar een festival waar ze optredens horen van Jurre van den Berg of Tjitske Jansen. Dat mensen geen dichtbundels lezen, wil niet zeggen dat ze geen kennis nemen van andere dichters.
Kortom, het advies van Atze van Wieren aan de 'Friese poëten in de dop' om "wat minder 'in stilte en buiten beeld' aan hun gedichten te schaven en wat meer buiten de deur te onderzoeken wat er zoal te koop is" slaat nergens op. Ten eerste weten ze prima wat er buiten de deur allemaal gebeurt, ze staan immers niet voor niets in de krant (al was dat misschien een nogal misleidend artikel, als Van Wieren daar al die foutieve conclusies uit kon trekken). Ten tweede is het helemaal niet erg om eerst in stilte aan je gedichten te werken, voordat je ze opstuurt naar tijdschriften en uitgeverijen. Als deze dichters zo slecht zijn als Van Wieren beweert, is het misschien juist goed dat ze niet voortdurend in de openbaarheid willen treden.
Harm Hendriks blog: harmhendriktennapel.web-log.nl
Een van de dichters waar Van Wieren zich zo over opwindt, is Harm Hendrik ten Napel. Dit verbaasde mij zeer. Als iemand mij zou vragen om een nieuw talent te noemen, iemand wiens naam je de laatste tijd overal tegenkomt en die er hard aan werkt om succes te krijgen, zou Harm Hendrik een van de eerste mensen zijn aan wie ik moest denken. Ook hij trad bijvoorbeeld op bij 'Dichters in de Prinsentuin' vorig jaar en verder weet ik dat hij mee heeft gedaan aan de Kunstbende en dat hij in een bundel van 'Schrijf je reis' stond. Met deze kennis in je achterhoofd is het hele artikel van Van Wieren eigenaardig te noemen. Hoezo weet Harm Hendrik niets van de dichterswereld, waarom zou hij geen doorzettingsvermogen hebben, hoezo zou hij nooit opgetreden hebben? Het lijkt er eerder op dat Van Wieren zelf de dichterswereld voor een groot deel niet kent. Als hij "Harm Hendrik ten Napel" op google zou hebben ingetypt, zou hij zo zijn blog hebben gevonden, waarop vermeld wordt waar hij allemaal aan mee heeft gedaan en wat hij heeft gewonnen. Ook is er vrij snel een behoorlijk indrukwekkend lijstje te vinden op een site van de NCRV met zijn prijzen en publicaties van 2007 en 2008. Als ik Harm Hendrik was, zou ik zwaar beledigd zijn door het artikel van Van Wieren.
Het enige waar Van Wieren nog gelijk in zou kunnen hebben, is dat Harm Hendrik niet veel andere dichters zou lezen. Dat zou kunnen, ik weet het niet. Volgens het artikel heeft hij wel eens wat van Kopland gelezen, volgens zijn blog heeft hij een bundel van Nolens gelezen, dus het lijkt mij dat het nogal meevalt, maar goed, misschien vindt Van Wieren dat wij, voordat we beginnen schrijven, eerst een soort canon van Nederlandse poëzie tot ons moeten nemen. Ik vraag mij af of we dat van jonge dichters moeten verwachten. Natuurlijk is het goed om kennis te nemen van andere poëzie, maar moet dat per se door het lezen van dichtbundels, zoals Van Wieren suggereert? Ik denk van niet. Poëzie kun je overal tegenkomen, in de bus, op de muur, in liedteksten, in schoolboeken, op internet en bij optredens. Misschien lees je dan niet de Nederlandse dichters die het bekendst zijn, maar hoe erg is dat? Waarom zouden jonge dichters moeten schrijven zoals hun voorgangers dat deden, waarom mogen ze geen inspiratie halen uit muziek en film (zoals Albert Meijer blijkbaar doet)? Wat is er precies mis met Deelder en Chabot (dichters die Tim Dijkstra graag leest)? Nee, de meeste jonge dichters zullen inderdaad niet veel dichtbundels in huis hebben. Ze plaatsen wat gedichten op internet en lezen daar voor het eerst ook andere gedichten. Ze doen mee aan een wedstrijd en lezen het winnende gedicht. Ze gaan naar een festival waar ze optredens horen van Jurre van den Berg of Tjitske Jansen. Dat mensen geen dichtbundels lezen, wil niet zeggen dat ze geen kennis nemen van andere dichters.
Kortom, het advies van Atze van Wieren aan de 'Friese poëten in de dop' om "wat minder 'in stilte en buiten beeld' aan hun gedichten te schaven en wat meer buiten de deur te onderzoeken wat er zoal te koop is" slaat nergens op. Ten eerste weten ze prima wat er buiten de deur allemaal gebeurt, ze staan immers niet voor niets in de krant (al was dat misschien een nogal misleidend artikel, als Van Wieren daar al die foutieve conclusies uit kon trekken). Ten tweede is het helemaal niet erg om eerst in stilte aan je gedichten te werken, voordat je ze opstuurt naar tijdschriften en uitgeverijen. Als deze dichters zo slecht zijn als Van Wieren beweert, is het misschien juist goed dat ze niet voortdurend in de openbaarheid willen treden.
Harm Hendriks blog: harmhendriktennapel.web-
dinsdag 3 augustus 2010
Ik zei:
In deze straat is een jongen vermoord,
omdat zijn moeder steeds zo hard praatte.
De jas van haar zoon ligt daar in de modder
en uit haar mond komt nu geen enkel woord.
Er werd gezegd:
Wat is het verband, waarom zoek je niet
naar het grotere verband?
Ik keek in de EHBO-kist en vond
een hoop blauwe ovenwanten.
De jongen had zijn handen verbrand,
misschien was dat de reden.
Er werd gezegd:
Maar wat is het grotere geheel?
Ik wist het niet,
ik ben geheelonthouder.
In deze straat is een jongen vermoord,
omdat zijn moeder steeds zo hard praatte.
De jas van haar zoon ligt daar in de modder
en uit haar mond komt nu geen enkel woord.
Er werd gezegd:
Wat is het verband, waarom zoek je niet
naar het grotere verband?
Ik keek in de EHBO-kist en vond
een hoop blauwe ovenwanten.
De jongen had zijn handen verbrand,
misschien was dat de reden.
Er werd gezegd:
Maar wat is het grotere geheel?
Ik wist het niet,
ik ben geheelonthouder.
woensdag 28 juli 2010
Belangrijke voorwerpen en persoonlijke bezittingen uit de collectie van Lenore Doolan en Harold Morris, inclusief boeken, kleding en sieraden
Wie in de bieb wat lukraak boeken uitzoekt, zal niet snel Belangrijke voorwerpen en persoonlijke bezittingen uit de collectie van Lenore Doolan en Harold Morris, inclusief boeken, kleding en sieraden van Leanne Shapton uitkiezen. De titel is te lang, het omslag is ronduit lelijk en het formaat is raar. Wie iets beter kijkt, komt tot de conclusie dat het een veilingscatalogus is en zal denken dat het eigenlijk bij de non-fictieboeken hoort. Wie echter nog wat beter kijkt (of ergens iets over dit boek heeft gehoord of gelezen en zodoende al iets beter weet wat hij/zij in handen heeft), merkt echter dat het een fictieve veilingscatalogus is. Een catalogus met daarin alle spullen van Lenore Doolan en Harold Morris die herinneren aan hun liefde. Leanne Shapton slaagt erin om een liefdesgeschiedenis te vertellen met enkel foto's en beschrijvingen van spullen. Niet alleen van boeken en kleding, maar ook foto's en e-mails. In hoeverre kun je mensen leren kennen aan de hand van hun spullen? Dat blijkt vrij goed te kunnen, het is niet moeilijk om mee te leven met Lenore en Harold, vooral omdat je weet dat het tragisch afloopt; hun bezittingen worden immers niet voor niets geveild. Een heel bijzonder en origineel boek dus, over hoe liefde zich in materiële zaken kan ophouden.
woensdag 21 juli 2010
Momenten van stilte
Momenten van stilte
1. Het moment waarop je in je bed naar de stilte van de nacht aan het luisteren bent.
2. Gevolgd door het moment waarop de stilte wordt onderbroken door de koelkast die afslaat.
3. Het moment waarop je je realiseert dat je niet de nacht hoorde, maar het brommen van de koelkast. Dat de stilte nu is onderbroken door het wegvallen van geluid.
4. En dat je dan bedenkt dat stilte met het ontbreken van beweging te maken heeft en dat nu de enige beweging het heen en weer gaan van de lucht is, van jouw longen de kamer in, van de kamer naar de longen van je geliefde en dan weer terug.
5. Dat je alleen nog de diepe ademhaling van je geliefde hoort en weet dat dat de mooiste stilte is.
1. Het moment waarop je in je bed naar de stilte van de nacht aan het luisteren bent.
2. Gevolgd door het moment waarop de stilte wordt onderbroken door de koelkast die afslaat.
3. Het moment waarop je je realiseert dat je niet de nacht hoorde, maar het brommen van de koelkast. Dat de stilte nu is onderbroken door het wegvallen van geluid.
4. En dat je dan bedenkt dat stilte met het ontbreken van beweging te maken heeft en dat nu de enige beweging het heen en weer gaan van de lucht is, van jouw longen de kamer in, van de kamer naar de longen van je geliefde en dan weer terug.
5. Dat je alleen nog de diepe ademhaling van je geliefde hoort en weet dat dat de mooiste stilte is.
dinsdag 20 juli 2010
Ik ging op vakantie en nam mee...
Het was nog best lastig om te bepalen welke boeken we mee zouden nemen op vakantie. Het moesten er niet te veel zijn, omdat we met de trein gingen en dus alles zelf mee moesten sjouwen, maar anderzijds moesten het er natuurlijk ook niet te weinig zijn, want we waren wel van plan om fijn te lezen. Uiteindelijk namen we deze vier romans mee:
1. Vreselijk gelukkig van Erling Jepsen. Echt een fijn vakantieboek, vooral als je -zoals wij- naar Denemarken gaat. En ik was blij dat wij bij Kopenhagen zaten, en niet in een dorpje als Jepsen beschrijft...
2. Atmosferische storingen van Rivka Galchen. Over een psychiater die denkt dat zijn vrouw vervangen is door een dubbelgangster. Interessant boek, zelf vond ik het soms wat irritant dat het onduidelijk was hoe het nu zat. Maar dat is tegelijkertijd natuurlijk ook het interessante eraan, dat begrijp ik ook wel.
3. Het luizenpaleis van Elif Shafak. Een Turks boek met een nogal trieste raamvertelling, maar verder echt een heerlijke roman, waarin een huis de hoofdrol speelt. Alle verhalen van de bewoners worden verteld, maar deze hebben dan ook weer met elkaar te maken (dat de ene bewoner bijvoorbeeld bij de andere langsgaat).
4. Publieke Werken van Thomas Rosenboom. Het lijkt wel wat op Zoete mond, ook hier twee mannelijke personages die erin slagen om een puinhoop van hun leven te maken. Ik vond dit verhaal wel wat interessanter, het speelt zich af tussen 1888 en 1890, een interessante tijdsperiode. Waarschuwing: lees NIET de achterflap, hier worden allerlei dingen vermeld die je nog helemaal niet wil weten als je het boek leest.
1. Vreselijk gelukkig van Erling Jepsen. Echt een fijn vakantieboek, vooral als je -zoals wij- naar Denemarken gaat. En ik was blij dat wij bij Kopenhagen zaten, en niet in een dorpje als Jepsen beschrijft...
2. Atmosferische storingen van Rivka Galchen. Over een psychiater die denkt dat zijn vrouw vervangen is door een dubbelgangster. Interessant boek, zelf vond ik het soms wat irritant dat het onduidelijk was hoe het nu zat. Maar dat is tegelijkertijd natuurlijk ook het interessante eraan, dat begrijp ik ook wel.
3. Het luizenpaleis van Elif Shafak. Een Turks boek met een nogal trieste raamvertelling, maar verder echt een heerlijke roman, waarin een huis de hoofdrol speelt. Alle verhalen van de bewoners worden verteld, maar deze hebben dan ook weer met elkaar te maken (dat de ene bewoner bijvoorbeeld bij de andere langsgaat).
4. Publieke Werken van Thomas Rosenboom. Het lijkt wel wat op Zoete mond, ook hier twee mannelijke personages die erin slagen om een puinhoop van hun leven te maken. Ik vond dit verhaal wel wat interessanter, het speelt zich af tussen 1888 en 1890, een interessante tijdsperiode. Waarschuwing: lees NIET de achterflap, hier worden allerlei dingen vermeld die je nog helemaal niet wil weten als je het boek leest.
Abonneren op:
Posts (Atom)